De jubilerende AEX-index gaat volgend jaar grondig op de schop. Wat weten we eigenlijk van onze nationale beursgraadmeter?

De AEX-index staat volop in de schijnwerpers. De index bestaat drie decennia en wordt volgend jaar op een andere manier ingedeeld. Wat weten we eigenlijk over deze index? Vier feiten en misvattingen.

1. De Duitse en Amerikaanse beursindices zijn de afgelopen jaren harder gestegen dan de AEX omdat Duitsland en de VS het economisch beter doen.
Terwijl de Duitse DAX-index en de Amerikaanse Dow Jones-index en de S&P 500 onlangs recordniveaus aantikten, is de AEX-index inderdaad nog ver verwijderd van zijn all-time high van 701,56 punten.

Maar dit verschil valt vooral te verklaren door de manier waarop de indices zijn opgebouwd. De AEX-index wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de koersen van de aandelen. Uitbetaalde dividenden worden niet opnieuw belegd. Bij de DAX 30 gebeurt dit wel. Als we  het dividend niet meetellen, had deze index ongeveer een derde onder het recordniveau gestaan.

Een verschil met de Dow Jones-index is dat de weging van AEX-aandelen sterker uiteenloopt. Drie AEX-fondsen (Unilever, Shell en ING) hebben samen een weging van maar liefst 40 procent. De vijf grootste aandelen nemen meer dan de helft van de index voor hun rekening. Dat maakt de AEX kwetsbaarder dan de Dow Jones-index, waar de drie sterkstgewogen fondsen een gezamenlijke weging hebben van 21 procent en tien fondsen nodig zijn voor een weging boven de 50 procent. Uit onderzoek van Standard & Poor's en de Vereniging van Effectenbezitters blijkt dat gelijkgewogen indices gemiddeld een hoger rendement behalen dan indices waarbij de weging fors uiteenloopt..

Indices met elkaar vergelijken is alleen al vanwege de sterk uiteenlopende samenstellingen lastig. Zo bevat de AEX geen autofabrikanten en nutsbedrijven, andere indices weer wel.

2. De AEX-index is een representatieve graadmeter.
Zoals gezegd zijn niet alle sectoren vertegenwoordigd in de AEX-index. Andere sectoren zijn juist weer oververtegenwoordigd. Zo drukten financiële instellingen vóór de crisis zwaar op de index en bevatte de AEX op het hoogtepunt van de ICT-hype veel technologie- en telecombedrijven.

Verder zijn in de AEX-index ook bedrijven opgenomen die weinig binding hebben met Nederland. Denk bijvoorbeeld ArcelorMittal of de Frans-Nederlandse bedrijven Unibail-Rodamco en Air France-KLM.

3. De samenstelling van de AEX-index is stabiel.
Van de vijftien fondsen waarmee de EOE-index (de voorloper van de AEX) in 1983 van start ging, zijn er slechts zes die de index nooit hebben verlaten: Ahold, AkzoNobel, Heineken, Shell, Philips en Unilever. Aegon maakt sinds 1984 onafgebroken deel uit van de index. Verder is het een duiventil. Tientallen fondsen zijn toegetreden en later weer vertrokken.

4. De samenstelling wordt grotendeels bepaald door hypes.
De AEX-index wordt nu samengesteld uit de 25 meest verhandelde fondsen. Dat maakt de index inderdaad gevoelig voor hypes, zoals de ICT-hype van eind vorige eeuw. Ook kunnen bedrijven in de index terecht komen, doordat ze op een negatieve manier in de belangstelling staan.

Vanaf maart gaat dit echter veranderen. Dan geldt de beurswaarde voortaan als de belangrijkste maatstaf, plus de mate van vrij verhandelbare aandelen (free float). Dit moet de index stabieler maken. Overigens worden dan ook aandelen die langer dan drie maanden onder de één euro noteren, uit de index verwijderd. Voor fondsen die al in een index zijn opgenomen, ligt de grens op vijftig cent. Ook dat moet leiden tot meer stabiliteit.