Recent barstte een nieuwe prijzenoorlog los tussen de supermarktketens. Albert Heijn verlaagde de prijzen van A-merken als Coca-Cola, Pickwick en Conimex. Andere ketens volgden.

De strijd draait om marktaandeel. De supermarkt die met de laagste prijzen klanten kan wegkapen bij de concurrentie wint. Een toename van het marktaandeel kan voor een hogere omzet en winst zorgen. Maar niet als het totaal aantal door de consument bestede euro’s daalt. Tijdens de prijzenoorlog in 2004 vond er een verschuiving van het marktaandeel plaats, maar de fors lagere productprijzen zorgden uiteindelijk voor een omzetdaling. Die kostte de supermarktbranche 2,8 procent – circa 700 miljoen euro – op jaarbasis, zo becijferde marktonderzoeksbureau GfK op basis van informatie van supermarkteigenaren.

Leveranciers onder druk
Wie belegt in de toeleveranciers, moet ook alert zijn. Zij worden door de supermarktketens namelijk onder druk gezet om de prijsverlagingen voor hun rekening te nemen. Dit kan ten koste gaan van de marge en verkooppunten. Zo verdween de koffie van Kanis & Gunnink (een merk van DE) evenals Peijnenburg ontbijtkoek tijdens de prijzenoorlog in 2004 tijdelijk uit de schappen van Albert Heijn na ruzie over de prijs. Een lichtpuntje voor de leveranciers lijkt de gedragscode die eerder deze maand in Brussel werd opgesteld. Daarin spraken grote Nederlandse supermarktketens af geen eenzijdige kortingen aan leveranciers op te leggen. Toch stuurde Plus leveranciers vorige week nog een brief waarin het aankondigde “het opgetreden margeverlies in rekening te brengen.”