Drie fondsmanagers uit verleden en heden keken op een feestelijke bijeenkomst terug op de kleurrijke historie van Robeco’s eerste obligatiefonds. Waar de marktomstandigheden door de tijd heen sterk veranderden, bleef de koers van de Rorento-beheerders in de kern hetzelfde: streven naar een goed rendement, met een scherp oog voor behoud van het belegde vermogen. Een formule die vertrouwen geeft voor de toekomst.

Hans Rademaker, lid van de management board van Robeco, zegt in zijn welkomstwoord dat de kracht van Rorento altijd heeft gelegen in de kwaliteit van het team dat het fonds beheert, de gedegen research die aan de beleggingskeuzes ten grondslag ligt en het hanteren van een visie op de middellange termijn. Daarmee is het fonds de woelige tijden goed doorgekomen, zo stelt Rademaker, die wijst op het goede rendement dat in de afgelopen veertig jaar werd behaald.

Dat beleggen in obligaties nog altijd interessante mogelijkheden biedt, komt ook naar voren in de presentatie van de huidige fondsmanager, Kommer van Trigt. Volgens Van Trigt is het de crux om op het juiste moment voor de juiste markten te kiezen. De sterke groei van de markt voor bedrijfsobligaties uit de opkomende economieën noemt hij als voorbeeld van een trend waar hij met het fonds nu op inspeelt. Daarnaast zet het fonds in op verdere koerswinsten op overheidsobligaties uit landen als Italië en Spanje. Al vanaf 2012 heeft Rorento daar baat bij gehad, maar volgens de fondsmanager zit er nog meer potentie in deze leningen nu de rust in de eurozone is teruggekeerd.

Dicht bij de benchmark blijven is voor Van Trigt in het huidige beleggingsklimaat niet aan de orde. “Je moet snel kunnen switchen naar andere markten als dat nodig is.” Op de vraag waarom je in Rorento zou moeten beleggen als obligatiefondsen van Robeco die in deelmarkten beleggen beter presteren, antwoordt de fondsmanager dat de toegevoegde waarde van het fonds Rorento zit in het maken van de juiste keuzes tussen de diverse deelmarkten. “Wat nu een aantrekkelijke markt is, is dat straks niet meer, of omgekeerd. Juist timen is een vak apart. Overheidsobligaties uit opkomende landen deden vorig jaar -9% naar aanleiding van onrust over het rentebeleid in de VS. Is het, nu die onrust is afgenomen, het goede moment om weer in te stappen? Wij denken van niet, aangezien de economische ontwikkeling in veel landen nog afzwakt en er naar onze inschatting nog downgrades aankomen.”

Ook professionals kunnen het met hun analyses bij het kortste eind hebben, stelt Bas Vliegenthart, fondsmanager van 1988 tot 2004. “De rentehobbel van 1994 bleek achteraf een renteberg te zijn, die gepaard ging met koersverliezen die niet pasten bij een obligatiefonds. We voorspelden correct dat de inflatie zou afnemen en dus was rentestijging niet voor de hand liggend. Maar veel marktpartijen draaiden vanwege een verzwakking van de dollar hun negatieve posities in de yen terug en deden overheidsobligaties in de VS en Europa van de hand. Uiteindelijk werden de verliezen in 1995 weer goedgemaakt, maar het was voor ons, en andere obligatiebeleggers, een rampjaar.”

De komst van de euro was voor Vliegenhart een lucratieve periode. “We anticipeerden op de renteconvergentie die plaatsvond. De eerst hoge rentetarieven in landen als Italië en Spanje bewogen richting de lage renteniveaus in Duitsland en Nederland, wat de koersen van die Zuid-Europese leningen opdreef. De enigen die last hadden van de euro waren de IT’ers die de systemen moesten aanpassen.”

In de jaren dat Edith Siermann verantwoordelijk was voor het fonds, van 2004 tot 2010, kwamen kwantitatieve onderzoeksmethodes op. “Met behulp van modellen kun je de ontwikkeling van de rente beter voorspellen en risico’s beheersen.” De fondsmanager had natuurlijk het laatste woord en blindvaren op de modellen was er niet bij, maar nuttig zijn de door Robeco voor meerdere obligatiefondsen gebruikte modellen volgens Siermann wel: “Ze helpen bij het identificeren van trends waarop je kunt inspelen en geven een emotieloos advies bij de beleggingskeuzes.”

De periode van Siermann werd ook gekenmerkt door de opkomst van het beleggen in bedrijfsobligaties. “Door de komst van de euro waren de keuzemogelijkheden bij staatsobligaties beperkter dan voorheen. Tegelijkertijd maakte de gemeenschappelijke munt het voor ondernemingen makkelijker om zich te financieren op de kapitaalmarkt. Veel analisten gingen nu bedrijfsobligaties analyseren in plaats van overheidsleningen.”

Die analyse heeft betrekking op ondernemingen, maar gebeurt op een duidelijk andere manier dan die door aandelenanalisten, stelt Van Trigt. “De obligatiebelegger wil een conservatief verhaal horen. Een faillissement mag niet in beeld komen. De aandelenbelegger wil vooral groei zien en daar mag wat meer risico bij worden gelopen.” Dat beide disciplines bij Robeco aanwezig zijn heeft een meerwaarde: “De vertegenwoordigers van de ondernemingen kunnen, als ze hun beleid bij ons komen uitleggen, niet twee verschillende verhalen vertellen. Daardoor zien we beter of het interessant is in de betreffende onderneming te beleggen.”

De verschillende fondsmanagers hebben te maken gehad met uiteenlopende marktomstandigheden, nieuwe analysemethodes dienden zich aan en er werden nieuwe deelmarkten betreden. “Toch is het fonds in essentie hetzelfde gebleven. Net als vroeger is Rorento een betrouwbaar en solide fonds, dat wereldwijd belegt in obligaties. En dat past bij wat de obligatiebelegger nastreeft, namelijk een goed rendement zonder al te grote risico’s. Dat doen wij nog steeds door actief beheer, op basis van gedegen research. Kijkend naar hoe de obligatiemarkt zich heeft ontwikkeld en hoe wij daarop kunnen inspelen, is er alle reden om met vertrouwen te kijken naar de toekomst.”


De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.