Onlangs is een akkoord gesloten over het nieuwe financieringsstelsel voor het hoger onderwijs. Kort gezegd komt het erop neer dat met ingang van studiejaar 2015 studenten in het hbo- en wetenschappelijk onderwijs een lening zullen moeten afsluiten.

De totale studieschuld kan op zo’n twintig- tot vijfentwintigduizend euro uitkomen. De voorwaarden voor terugbetaling zijn gunstig, bovendien wordt de lening niet als consumptieve schuld ingeschreven (geen BKR*-registratie).

Het waarom
De achtergrond is, dat invoering van deze financieringsvorm aankomende studenten een bewustere studiekeus laat maken. Daarnaast is het een investering in hun eigen toekomst, die zichzelf ruimschoots terugbetaalt. De besparing die de overheid er mee realiseert wordt teruggesluisd naar het onderwijs als investering in innovatie en kwaliteitsverbetering.

Schuld of studiepot
Zonder een uitspraak te doen over de voors en tegens van de studielening, is het woord ‘schuld’ voor veel mensen een beladen begrip. Terecht of onterecht en ook al mag je over het terugbetalen van de schuld heel lang doen, veel mensen houden er niet van. Daar is wat aan te doen: periodiek sparen of, nog beter beleggen, om een studiepot op te bouwen.

Kinderspaarrekening
Er zijn ouders die bij de geboorte van hun kind een rekening voor hem of haar openen. Door met regelmaat (beter nog: automatisch) een bedrag te storten wordt er ongemerkt een aardig kapitaaltje opgebouwd. Momenteel is de spaarrente erg laag. Door als alternatief met beperkte risico’s te gaan beleggen mag al gauw een rendement van gemiddeld 3% worden verwacht. Als ouders 18 jaar lang iedere maand 90 euro op de kinderspaarrekening storten, kan een bedrag van een kleine 26.000 euro worden gerealiseerd. Natuurlijk zal het verwachte rendement gedurende de gehele looptijd niet constant 3% zijn. Dit zal soms lager maar zeker ook hoger uitvallen. Juist door periodiek te gaan beleggen, worden de pieken en dalen afgevlakt.

Toch een lening
Natuurlijk zullen niet alle ouders in staat zijn om een studiepot op te bouwen voor hun kinderen. Dan zal de toekomstige student moeten lenen. De lening moet met rente in 35 jaar worden terugbetaald. Meestal zal het latere eigen inkomen ruim voldoende zijn om dit te kunnen bekostigen. Echter, ook de student kan hier op voorsorteren. Zodra de studie is begonnen kan hij/zij volgens hetzelfde principe direct al beginnen 50 euro te beleggen. Door de lange looptijd wordt vermogen opgebouwd, zodanig dat de studieschuld kan worden terugverdiend. De latere inkomenssituatie zal het toelaten én af te lossen én de periodieke inleg te handhaven. Waarom ik met vijftig euro reken? In studententermen komt dit bedrag overeen met twintig biertjes per maand; nog geen biertje per dag. Vaak hebben studenten een bijbaantje; dan moet dit bedrag op te brengen zijn.

Sparen en beleggen
De ervaring leert dat op de lange termijn sparen alleen niet zal leiden tot het gewenste eindkapitaal. Zeker als rekening wordt gehouden met inflatie (= geldontwaarding) en vermogensbelasting. Daarom ben ik voor beleggen in een goed gespreid beleggingsfonds. Wereldwijd beleggen in alle vermogenscategorieën: aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen en kasgeld. Dit zijn mixfondsen, die in verschillende risicovarianten beschikbaar zijn. Van een laagrisico- tot een hoogrisicoprofiel met bescheiden tot hoge(re) rendementsverwachtingen. Hoe langer de looptijd, hoe hoger het risicoprofiel mag zijn. Uiteraard is dit een zeer persoonlijke keuze. In ieder geval is mijn bedoeling u met deze column stof tot nadenken te geven.

*BKR: Bureau Krediet Registratie

Eerder verschenen in DFT.