Wat kunnen beleggers verwachten van China? Léon Cornelissen, hoofdeconoom bij Robeco, over lagere economische groei, onbetrouwbare cijfers en de focus van de Chinese overheid.

Er wordt veel gespeculeerd over de Chinese economie. Duidelijk is dat China de zeer hoge groei van de afgelopen decennia niet kan volhouden. Het land heeft sinds het begin van de crisis last van afnemende export en ook de vastgoedmarkt heeft het moeilijk. Beide droegen de afgelopen decennia flink bij aan de economische groei. De huidige groeivertraging verrast Robeco’s hoofdeconoom Léon Cornelissen niet. ‘Het was niet te verwachten dat de groei van China ongestoord zou doorzetten.’ Cornelissen en zijn team verwachten de komende jaren echter geen grote daling van de groei in het land. ‘De Chinese economie heeft diverse unieke eigenschappen. De economie is relatief beperkt afhankelijk van buitenlandse leningen en het land beschikt over grote reserves in onder meer dollars. Bovendien profiteert de export van de huidige lage olieprijs.’

Consumptie moet stijgen
Cornelissen benadrukt dat de focus van de Chinese overheid de komende vijf jaar ligt op het herstructureren van de economie. ‘Die focus zal de belangrijkste stimulans zijn voor economisch herstel. Men wil koste wat het kost sociale instabiliteit – die bijvoorbeeld door een recessie kan ontstaan – voorkomen.’ De groei moet in de toekomst niet langer door overheidsinvesteringen worden gedragen, maar door een stijging van lokale consumptie, aldus Cornelissen. De Chinese consument pot zijn geld liever op dan het uit te geven, onder meer vanwege de slechte sociale voorzieningen. Dat moet veranderen. Cornelissen geeft aan dat het welvaartsniveau van China gemiddeld genomen nog steeds relatief laag is. ‘Er is dus voldoende potentiële vraag bij Chinese consumenten.’
Hij verwacht dat de regering alle middelen zal inzetten om de groei op een acceptabel niveau te houden. ‘Zoals de recente kapitaalinjectie van de banken en het verlagen van de verplichte financiële reserve van banken. Ook kan men besluiten de valutakoers laag te houden om zo de export te stimuleren.’

Te mooi om waar te zijn
Volgens de officiële cijfers was de groei van de Chinese economie in het derde kwartaal 7,3 procent. Te mooi om waar te zijn, oordeelt Cornelissen. Op basis van meer betrouwbare indicatoren als het energieverbruik en de omvang van het goederenvervoer is volgens hem een groeicijfer van 6 procent realistischer. Hij verwacht dat de regering dit iets lagere groeipercentage weet vast te houden, onder meer door herstructurering in de sociale zekerheid. Geen harde landing dus, maar een iets lagere groei door ingrijpende herstructureringen.
Het zijn volgens Cornelissen dan ook vooral de (opkomende) landen die naar China exporteren die alert moeten zijn. ‘Het lange tijd onverzadigbare China zal door de lagere groei naar verwachting minder importeren. De landen die aan China leveren, moeten hun zaakjes dus goed op orde hebben.’