In deze rubriek belicht Lukas Daalder op geheel eigen wijze de meest interessante, informatieve en intrigerende grafieken uit de financiële wereld.

Vandaag weer eens een heel ander plaatje. Over die grote Amerikaanse bankencrisis van… 1989?

Daalders Grafiek, Bankcrisis 
http://www.calculatedriskblog.com/2015/10/bank-failures-by-year.html

Het aardige van de grafiek van vandaag is niet zo zeer wat hij wel laat zien, maar eerder wat hij niet laat zien. Of anders gezegd, hoe je op basis van een simpele grafiek tot verkeerde conclusies kan komen.

Op zich is het een vrij saaie grafiek, zonder al te veel special effects of diverse dimensies. Gewoon een staafgrafiek die aangeeft hoeveel faillissementen er per jaar in de Amerikaanse bankensector hebben plaatsgevonden. Dat zijn er gemiddeld zeven per jaar en aangezien de teller voor dit jaar op acht staat, kan je zeggen dat we eindelijk weer eens op een ‘gemiddeld’ jaar zijn uitgekomen. Crisis voorbij.

In 1989 was het pas crisis!
Wat vooral in deze grafiek opvalt, is dat de grote uitschieter van faillissementen niet in 2010 ligt, maar in 1989. Voor kenners zal dat niet als een verrassing komen (de Savings & Loans crisis), maar veel mensen zullen toch wat verbaasd zijn. Dat een crisis in de financiële sector ernstige gevolgen heeft voor de (wereld)economie hebben we de afgelopen acht jaar aan den lijve ondervonden, dus wat een ellende moet dat wel dan niet geweest zijn? Was er toen sprake van miljoenen werklozen, een halvering van de aandelenbeurzen en een herstel dat vijf jaar in beslag nam? Eh, nee. De Amerikaanse economie belandde in het midden van 1990 weliswaar in een recessie, maar het was een kortstondig gebeuren (8 maanden), waarbij de krimp van het Amerikaanse BBP in het totaal 1,3% bedroeg. Niet echt schokkend.

Waarom was die hobbel in 2010 dan zoveel desastreuzer? Dat heeft te maken met het feit dat eind jaren ’90 de thrifts centraal stonden, financiële instellingen die zich voornamelijk op de hypotheekmarkt richtten binnen slechts één staat. Het ging om relatief kleine instellingen, die geen internationale dominoreactie teweeg brachten. In 2010 ging het daarentegen om de commerciële banken met grote nationale- en internationale netwerken, in een periode waarin de verstrengeling tussen alle financiële instellingen in de wereld sterk was toegenomen.

Wat deze grafiek dus duidelijk maakt, is dat het niet altijd zinvol is om naar absolute aantallen te kijken. De grafiek zou al een stuk beter zijn geweest als er gekeken was naar het relatieve aantal van banken dat failliet was gegaan, of beter nog, het relatieve belang van de assets die met de faillissementen gemoeid waren.

Interessant is verder dat deze grafiek op zijn minst een kanttekening plaatst bij een studie van Reinhart en Rogoff die vaak wordt aangehaald. In die studie van 2009 (The aftermath of financial crisis) stellen de auteurs dat crisis waarin de financiële sector een centrale rol had tot een sterkere daling van beurzen, werkgelegenheid en de economie leidde dan bij een normale recessie. Dat lijkt in dit specifieke geval niet echt het geval te zijn geweest.

Correctie: 1989 was peanuts
Als uitsmijter dan nog een tweede grafiek om die eerste grafiek nog wat extra in perspectief te plaatsen. Eigenlijk kijken we naar dezelfde grafiek, maar van een iets andere bron, waarbij het belangrijkste verschil is dat de grafiek niet in 1934 maar in 1921 begint. Dat levert een nogal ander plaatje op…

 Daalders Grafiek, Bankcrisis

Het is duidelijk: 1933 was killing. Of althans, dat lijkt zo, want ook hier kijken we weer alleen naar absolute aantallen...