Een van de minst leuke klusjes van het jaar zit er weer op. De jaarlijkse belastingaangifte. Hoe makkelijk het in de loop der jaren ook geworden is, toch schuif ik het elk jaar voor me uit richting de deadline. Die verstreek op 1 mei en volgens de Belastingdienst waren bijna 9 miljoen mensen keurig op tijd. En ook ik behoorde tot de 98% die de aangifte over 2016 online verstuurde.

Niet leuker, wel anders
Tijdens het invullen en controleren van mijn gegevens vroeg ik me af of de vele spaarders in Nederland zich wel realiseren dat er voor de aangifte over 2017 iets gaat veranderen. Bij een belastingherziening - zoals die voor 2017 is besloten - zou je verwachten dat de Belastingdienst in staat is de werkelijke opbrengst van het vermogen te belasten en het op onderdelen eenvoudiger wordt met lagere belasting. Integendeel. In veel gevallen gaan mensen met vermogen meer betalen en worden ze in box 3 ‘ineens’ met drie vermogensschijven geconfronteerd, met verschillende tarieven die progressief zijn. Kortom: hoe groter de spaarpot voor later, hoe meer je belast gaat worden.

Nederland spaarland
En er wordt wat gespaard in Nederland. Eind 2016 stond er volgens de Nederlandsche Bank maar liefst EUR 340 miljard op spaarrekeningen. Tot een vermogen van EUR 25.000 ben je nog vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Het zijn vooral de vermogens in schijf 2 (vanaf EUR 75.000) en 3 (vanaf EUR 975.000) die meer belast gaan worden. In plaats van de bekende 1,2% heffing, wordt dat respectievelijk 1,38% en 1,62%. En het wordt door de Belastingdienst meer belast omdat zij ervan uitgaan dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate u meer vermogen hebt. Discutabel, maar dat is een ander verhaal.

Alternatieven zoeken
Voor velen ontstaat hierdoor wel een dilemma. Hoe ga je die hogere heffing plus de inflatie goedmaken (actuele inflatie Nederland CPI inmiddels 1,1% op jaarbasis) bij een spaarrente die net boven nul is en voorlopig aan de lage kant lijkt te blijven? Dan ga je toch kijken naar wat er naast sparen nog meer mogelijk is. Wellicht zelfs ingegeven door de tweede aanname van de Belastingdienst, namelijk dat mensen met hogere vermogens meer beleggen dan sparen. Als 98 procent van de belastingplichtigen online is, dan wordt er een wereld aan mogelijke oplossingen gepresenteerd als je even googelt op de zoekterm ‘beleggen’.

Die belangrijke eerste stap
Beleggen is de laatste jaren weer populairder geworden. Onderzoeksbureau Kanter TNS meldde dat eind 2016 ongeveer 1,2 miljoen Nederlandse huishoudens beleggen. In mijn dagelijks werk zie ik die toenemende belangstelling ook. De lage rente is een belangrijke reden, maar ook de behaalde beleggingsresultaten van de afgelopen jaren verhogen de belangstelling. Bij jongeren groeit gelukkig langzaam maar zeker het besef dat het steeds belangrijker wordt om zelf een extra voorziening voor later op te bouwen. Ze werken steeds vaker met tijdelijke contracten of als zzp’er, en pensioenregelingen zijn versoberd.

Het aantal beleggende huishoudens is weliswaar nog lang niet op het niveau dat rond de eeuwwisseling rond de 1,9 miljoen lag, maar er lijkt een opwaartse trend te ontstaan. Op tijd beginnen en regelmatig opbouwen kan voorkomen dat er later geen appeltje voor de dorst is.

Deze column is eerder verschenen op DFT.nl