Door technologische veranderingen en globalisering verdwijnen de banen voor de middenklasse. Dit is ook te zien op de aandelenmarkt. Ondernemingen die zich richten op het middensegment doen het minder goed.

In 2007 verschijnt het boek ‘Supercapitalism’ van de Amerikaanse econoom Robert Reich. Hij geeft in dit boek aan dat er een conflict dreigt tussen de staatsvorm democratie en het economisch systeem kapitalisme. Een mens heeft meerdere rollen: burger, consument en werknemer (of werkgever). Een burger van een land heeft idealen, een consument is gebaat bij zo goedkoop mogelijke producten en een werknemer wil graag een goede boterham verdienen. Als burger zijn we tegen kinderarbeid, maar we kopen graag een goedkope spijkerbroek. We vinden het akelig dat de bakker en de slager op de hoek verdwijnen, maar kopen toch ons brood en vlees bij de Lidl omdat het zo lekker goedkoop is.

Automatisering
Tot halverwege de jaren zeventig waren deze rollen goed te verenigen, maar onder druk van technologische verandering en globalisering verdwijnt het evenwicht. Als voorbeeld geeft Reich de arbeider van General Motors in Detroit. Deze verdient tot en met de jaren zeventig een goed salaris van circa 70.000 dollar per jaar en profiteert van goede secundaire arbeidvoorwaarden zoals een degelijke ziektekostenverzekering en een goed pensioen. Deze en andere arbeidsplaatsen waarin een bepaalde mate van routine zit, zijn echter goeddeels verdwenen. Het assembleren van auto’s in een fabriek of administratie op een kantoor zijn typisch middenklasse-functies, waar wel enige scholing voor nodig is, maar die ook ‘weggeautomatiseerd’ kunnen worden.

De laagbetaalde banen blijven bestaan, zoals schoonmaakwerk of vakken vullen in de supermarkt, omdat een computer deze taken vooralsnog niet kan overnemen. Maar de beloning ligt daar veel lager. De gemiddelde werknemer bij Wal-Mart ontvangt een jaarloon van 11.000 dollar. Misschien verdwijnen ook deze banen, wanneer de mobiele robot zijn intrede doet. Maar veel van deze banen zijn lokaal en kunnen dus niet overgebracht worden naar het buitenland. Ook de goedbetaalde banen blijven, zoals (tand)arts, software specialist, bankier en advocaat. Computers kunnen vooralsnog geen diagnose stellen of een eigen software programma ontwikkelen.

Koopkrachtverschuiving
Het verdwijnen van de middenklasse brengt grote koopkrachtverschuivingen teweeg. Janet Yellen, de kersverse president van de Federal Reserve, constateerde in 2006 al dat de rijkste Amerikanen de hoogste inkomensgroei kenden. De onderkant van de arbeidsmarkt is er sinds 1960 in reële termen juist op achteruit gegaan. De koopkracht van de onderklasse als geheel is wel toegenomen, maar dat komt doordat veel huishoudens van de middenklasse terugvielen naar de onderklasse en deze dus groeide.

Ook op de aandelenmarkt
Deze koopkachtverschuiving zien we terug op de aandelenmarkt. In de sector detailhandel is de beurswaarde van bijvoorbeeld Esprit, dat zich vooral op het middensegment richtte, sterk gedaald. Tegelijkertijd floreert het ‘goedkope’ Primark (onderdeel van het Engelse AB Foods), en zijn aan de top van de markt de koersen van Richemont, Kering en LVMH als een raket omhoog gegaan.

Op de farmaceutische markt voltrekt zich iets dergelijks. Verzekeringsmaatschappijen vergoeden alleen dure medicijnen als deze echt innovatief zijn, de andere oplossing is een goedkoop generisch alternatief. Het middenveld bestaat hier uit dure pillen, waar nog wel een patent op zit, maar waarvan er dertien in een dozijn gaan. Deze worden steeds vaker gemeden. In de economie én op de aandelenmarkt verdwijnt het middenveld.

Eerder geplaatst op Fondsnieuws.nl