Meer dan 835.000 ongehuwde stellen in Nederland kunnen voor vervelende financiële verrassingen komen te staan. Niet altijd hebben zij hun zaken goed geregeld. Vijf testvragen voor samenwoners.

Een op de vijf stellen in Nederland woont ongehuwd samen, en dat aandeel neemt alleen maar toe. Het CBS schat dat dit vóór 2050 zelfs een op de drie is. Anders dan bij een huwelijk regelt de wet weinig voor hen. Wie zelf niets regelt, loopt mogelijk financiële risico’s of mist fiscaal voordeel. 
 
1. Profiteert u optimaal van fiscaal voordeel?
Het zogeheten fiscaal partnerschap tussen samenwoners kan veel opleveren. Wie voor de wet fiscaal partner is, kan bijvoorbeeld bepaalde inkomsten en aftrekposten optimaal verdelen voor de belastingaangifte. Dit kan financieel voordeel opleveren. Bijvoorbeeld door het toebedelen van de hypotheekrenteaftrek of studiekosten bij de partner met het hoogste inkomen. Gehuwden zijn automatisch elkaars fiscale partner. Bij samenwoners is dit niet het geval. Zij krijgen deze status onder andere door het afsluiten van een samenlevingscontract bij de notaris. Partners die samen een kind hebben of een eigen woning, zijn automatisch fiscaal partner.
 
2. Weet u zeker dat u uw huis houdt als uw partner overlijdt?
Nogal wat samenwoners belanden na het overlijden van hun partner tot overmaat van ramp ook nog eens financieel in de ellende. Anders dan gehuwden zijn samenwoners niet vanzelfsprekend elkaars erfgenaam. Is er niets geregeld, dan gelden alleen de familiebanden. Vaak erven de kinderen. De achterblijvende partner krijgt niets. Niet zelden moet deze ook de gezamenlijke woning verlaten, omdat deze (deels) onder de nalatenschap valt. Om dergelijke situaties te voorkomen doen samenwoners er goed aan hun wensen vast te leggen in een testament (zie punt 5). Een samenlevingscontract, voorzien van een zogeheten verblijvingsbeding, zorgt ervoor dat de achterblijvende partner in de gezamenlijke woning kan blijven wonen. Houdt er rekening mee dat de partner de erfgenamen dan vaak moet compenseren voor de waarde van de woning. 
 
3. Heeft u afspraken gemaakt over alimentatie en pensioenverdeling?
De wet verplicht gehuwden ook na een scheiding voor elkaar te zorgen, door de alimentatieplicht. Samenwonende partners moeten dat zelf regelen via een samenlevingscontract. Daarin kunnen afspraken over partneralimentatie en pensioenverdeling worden opgenomen. Veel mensen regelen echter niets of onvoldoende, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Met name ongehuwd samenlevende vrouwen met thuiswonende kinderen lopen daardoor een groot financieel risico. Uit het onderzoek blijkt dat zij bij een relatiebreuk vaak fors in inkomen achteruit gaan als er geen afspraken zijn vastgelegd.
 
4. Is uw samenlevingscontract nog up to date?
Het aantal samenwoners dat een samenlevingscontract heeft afgesloten, stijgt. De helft van alle samenwoners heeft hierin afspraken vastgelegd. Maar die kunnen gedateerd zijn. Bijvoorbeeld omdat in de tussentijd een van de partners is gestopt met werken om voor de kinderen te zorgen. Of misschien zijn de kinderen juist het huis uit. Dan kan een kritische blik op de afspraken over partneralimentatie en de verdeling van pensioen verstandig zijn. 
 
5. Is de laatste wens goed geregeld?
Het is voor velen belangrijk de partner na overlijden financieel verzorgd achter te laten. Toch regelen maar weinig samenwonenden hiervoor voldoende. Om elkaars erfgenaam te zijn, moeten zij een testament opstellen bij een notaris. Zeker als er kinderen zijn – die altijd erven van hun ouders – is het belangrijk tijdig maatregelen te nemen. Samenwoners kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen een testament te maken dat de langstlevende partner financieel beschermt.