Vanaf 1 maart is het mogelijk om belastingaangifte te doen over 2016. Voor spaarders en beleggers veranderen enkele regelingen voor de belasting over Box 3 ten opzichte van vorig jaar.

De vermogensrendementsheffing – ook wel vermogensbelasting genoemd – vormt een onderdeel van uw aangifte inkomstenbelasting. In 2016 veranderen er enkele regels in dit gedeelte van uw belastingaangifte. De aanpassing waar naar verhouding de meeste mensen mee te maken krijgen is de verhoging van het heffingsvrij vermogen. Het gedeelte van het vermogen waarover u geen belasting betaalt stijgt van EUR 21.330 naar EUR 24.437 voor alleenstaanden en van EUR 42.660 naar EUR 48.874 als u aangifte doet met een fiscale partner. Wie samen met zijn partner aangifte doet kan behalve van een hoger heffingsvrij vermogen mogelijk ook profiteren van andere besparingen.

Belastingen: wat verandert er over 2016 voor spaarders en beleggers? 
Ouderentoeslag
Behalve met een verhoging van het heffingsvrij vermogen krijgt u mogelijk ook te maken met het verdwijnen van een specifieke regelingen. Een voorbeeld daarvan is het verdwijnen van de ouderentoeslag, waardoor het heffingsvrij vermogen voor AOW-gerechtigden op hetzelfde niveau komt te liggen als voor andere burgers.

Spaarloonregeling
Een andere regeling die vervalt is de vrijstelling voor de spaarloonregeling. Als u op 1 januari 2016 een geblokkeerd spaartegoed had staan dat onder deze regeling viel, dan moet u dit opgeven bij uw bezittingen. U moet er dan mogelijk vermogensbelasting over betalen.

Grote verandering komt pas in 2017
Spaarders en beleggers moeten er rekening mee houden dat er volgend jaar een aanzienlijk grotere verandering aankomt. Dan voert de belastingdienst nieuwe tarieven in voor de vermogensrendementsheffing. In dit artikel leest u welke gevolgen dit heeft voor uw situatie.

Meer weten over dit onderwerp bekijk ons dossier over vermogensbelasting.