• Aandelenmarkten starten beursjaar in mineur
  • Olieprijs veert op, maar per saldo lager
  • Europese Centrale Bank zinspeelt op verdere stimulering
  • Accent blijft op aandelen en bedrijfsobligaties

Ontwikkelingen op de financiële markten
Het was voor aandelenbeleggers niet bepaald een leuke maand om het beursjaar mee te beginnen. De nerveuze stemming van december 2015 zette zich voort in januari. Al op de eerste handelsdag van 2016 reageerden beleggers op tegenvallende economische cijfers uit China. Chinese beleggers dumpten hun aandelen, waarna de angst oversloeg naar de aandelenbeurzen in de rest van de wereld en de koersen fors daalden.

Samenhang tussen aandelenmarkten en olieprijs toegenomen
Daarnaast was de ontwikkeling van de olieprijs dé leidraad voor de aandelenbeurs. Vrijwel in tandem bewogen beide afgelopen maand naar beneden. De olieprijs daalde vanaf de start van het jaar met nog eens 25%, om een (voorlopige?) bodem te vinden bij een prijs van 27 dollar per vat.

Hoog aanbod olie
De oorzaak ligt vooral in het hoge aanbod van olie. Begin van de maand kwam Iran er als olieproducent bij, nadat de sancties tegen dat land waren opgeheven. De olieproducerende landen (OPEC) hebben officieel nog geen krimp gegeven en produceren nog steeds op volle kracht, maar in de tweede helft van de maand begonnen toch wat landen onrustig op hun stoel te schuifelen. Toen Rusland vervolgens aangaf wel over productiebeperking te willen praten, schoot de olieprijs omhoog. Daardoor bleef de prijsdaling in januari uiteindelijk beperkt tot 7,1% voor een vat Brent-olie.

Centrale banken doen opnieuw van zich spreken
We hebben al eerder aangegeven dat de centrale banken grote invloed hebben op de bewegingen van de financiële markten. Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, zinspeelde afgelopen maand op een verruiming van het huidige monetaire beleid. Dat zorgde ervoor dat de dagenlange dalingen omgebogen werden in een stijging. Zijn Amerikaanse collega Janet Yellen verhoogde de rente niet. Dit had in vergelijking met Draghi’s woorden weinig effect. Eind januari verlaagde de BOJ, de Japanse centrale bank, de rente naar -0,1%, waarna de Aziatische beurzen fors stegen.

Aandelen
Een aantal aandelenbeurzen kwam aan het eind van de maand sterk terug, maar toch moesten beleggers in januari flinke verliezen accepteren. De Nederlandse beurs deed het relatief goed, met een verlies van -2,4%. Binnen Europa daalde Duitsland met 8,8% en Italië met 12,9%. Buiten Europa waren de verliezen ook wisselend. De VS daalde met 5,0%, terwijl Japan 8,0% inleverde.

Niet de waan van de dag volgen
In de eerste helft van de maand hebben we de overwogen aandelenpositie iets gereduceerd door het gewicht van opkomende landen verder te verlagen. Verder afbouwen en ‘timen’ wanneer het laagste punt bereikt is om weer terug te kopen, is erg lastig. Na scherpe dalingen kunnen aandelenmarkten ook weer snel opveren. Wij blijven de categorie aandelen een meer dan gemiddelde weging geven. Al doen de recente marktbewegingen anders vermoeden, wij verwachten voor de langere termijn voor aandelen het aantrekkelijkste rendement.

Voorkeur voor Europese en Japanse aandelen
We hebben een voorkeur voor aandelen uit Europa en Japan, waar de centrale banken de economie stimuleren. Aandelen uit de VS vinden we minder aantrekkelijk omdat de Amerikaanse centrale bank de rente dit jaar verder wil verhogen.

Obligaties
De rente staat wereldwijd op lage niveaus, met name in Europa en Japan. Europese obligaties waren in januari weer een gebruikelijke vluchthaven. Hierdoor daalde de rente. Wij blijven van mening, dat de rente voor Europese staatsobligaties op de langere termijn weer zal stijgen. Een stijgende rente betekent dat het rendement op staatsobligaties negatief zal zijn.

Voorkeur voor bedrijfsobligaties
Op dit moment zijn we daarom het gewicht van staatsobligaties aan het verlagen ten gunste van verschillende soorten bedrijfsobligaties. De rente die een belegger krijgt op deze bedrijfsobligaties, is over het algemeen hoger dan de rente op staatsobligaties. Dit wordt in vaktermen ook wel de opslag genoemd. Een stijgende rente heeft uiteraard ook gevolgen voor het rendement voor bedrijfsobligaties. We kiezen er echter voor om te beleggen in fondsen waarin het risico van een rentestijging sterk gereduceerd wordt. We willen wel profiteren van de opslag voor het (kleine) extra risico dat we lopen, door in bedrijfsobligaties met een hoger risico te beleggen. Voor de categorie obligaties als geheel handhaven we een lichte onderweging.

beleggingsvisie-met-ikonen-feb-2016.jpg

Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles.