In deze rubriek belicht Lukas Daalder op geheel eigen wijze de meest interessante, informatieve en intrigerende grafieken uit de financiële wereld.

Wat gebeurt er als de wet van Moore* ook de komende zestig jaar aanhoudt? Er gebeuren dan vreemde dingen, lijkt het.

Nominal and "Real" Manufacturing Shares of GDP

hoe-kan-dat-nou-graph1.jpg

De man van 6 miljoen

Wat is het probleem? Het probleem ontstond toen ik te horen kreeg dat men de serie ‘De man van 6 miljoen’ opnieuw zouden gaan uitrollen. Mocht u het niet weten, de man van 6 miljoen was een serie uit de jaren 70, waarbij een piloot na een gruwelijk ongeluk met gebruik van allerlei technologische (‘bionische’) snufjes weer werd opgelapt. Een laser-oog, twee superbenen en een supersterke arm en dat alles voor de schone prijs van - u raadt het al - 6 miljoen dollar. Deze halve superman kon vervolgens heel wat afleveringen sprintjes trekken met auto’s, geheime rapporten op 500 meter afstand meelezen en boeven vangen.

Remake

En nu dus de remake. De vraag was uiteraard: hoe moet de opvolger van deze serie nu precies gaan heten? Overeenkomstig de jaren zeventig moest je uiteraard wel het gevoel hebben dat die bionische man een rib uit het lijf kostte, dus het antwoord van de filmmakers was simpel: de man van 6 miljard. Klinkt logisch, maar dit prikkelde de makers van NPR’s Planet Money podcast vervolgens om de vraag te stellen of het nou wel zo logisch was dat die man gedurende de afgelopen 40 jaar 1.000x duurder was geworden. De conclusie was dat als je puur naar de techniek zou kijken, de man van 6 miljoen eerder de man van 12 duizend moest gaan heten, aangezien de prijzen van de bionische laserbenen de afgelopen 40 jaar gigantisch gedaald zijn. Niet dat er bionische laserbenen zijn, maar afgaande op de prijsontwikkeling van technologische producten, zou dat de te verwachten prijs zijn. Ook op andere sites maakten ze een mooie uitsplitsing en de uitkomst was eigenlijk dezelfde: de man van 6 miljoen zou heden ten dage spotgoedkoop zijn. Slechts door er vervolgens de prijs van medisch personeel aan toe te voegen en de kosten van de operatie, kom je uiteindelijk nog op een prijs van 30 miljoen. De boodschap: technologie (producten) zijn veel goedkoper, doctoren (diensten) zijn veel duurder.

Macro-economische impact

Wat ik hier schets aan de hand van het voorbeeld van de man van 6 miljoen, is iets wat uiteraard het gevolg is van de zogeheten wet van Moore, de ‘wet’ die stelt dat de rekencapaciteit per oppervlak elke twee jaar verdubbelt. Die verdubbeling gaat bovendien nog eens gepaard met een sterke prijsdaling en dat is waar het hier om draait. Zou je tien jaar geleden een computer hebben willen kopen met een vergelijkbare geheugenopslag, snelheid of gebruikersgemak in vergelijking met die van nu, zou je waarschijnlijk het tienvoudige hebben moeten betalen. Zo kan ik me herinneren dat ik eens een externe harde schijf van 200MB heb gekocht voor 200 gulden: een USB stick van 32 gigabyte kun je momenteel voor 10 euro kopen. 64 keer zoveel geheugen opslag voor 1/14 de van de prijs: het laat zich raden dat je dat prijseffect ook op het geaggregeerde niveau van een economie ziet terugkomen.

Precies wat de grafiek laat zien

Dat is precies wat de grafiek laat zien. Hierbij gaat het in de eerste instantie om de oranje lijn, die het nominale aandeel van de verwerkende industrie in het Amerikaanse BBP weergeeft. Wat zie je: dat aandeel is de afgelopen 60 jaar gestaag gedaald. Deels zal dat zijn omdat de dienstensector steeds belangrijker is geworden, maar deels gaat het hier ook om het eerder genoemde prijseffect. Dat wordt duidelijk als je naar de blauwe lijn kijkt, die het reële belang van de verwerkende industrie weergeeft: die is relatief stabiel geweest gedurende deze periode. In woorden: als we rekening houden met het prijseffect is het belang van de verwerkende industrie de afgelopen 60 jaar min of meer constant gebleven. Echter, doordat de prijzen van de producten in deze periode in relatieve termen gedaald zijn, is het belang in de economie minder groot geworden.

Het probleem

Kom ik bij het probleem. Stel nou eens dat deze trend ook de komende zestig jaar aanhoudt? Een computer kost op een goed moment nog slechts een euro, een goede robot krijg je voor 50 euro. Uiteraard gaan we dan meer computers en robots kopen, maar hoeveel robots kun je eigenlijk in je huis kwijt? In termen van omzet (prijs maal hoeveelheid) gaat de hoeveelheid weliswaar omhoog, maar als de prijs maar meer daalt, zal de oranje lijn verder blijven dalen. Stel nu dat die oranje lijn verder zakt, naar 5%, naar 1%, naar 0,5%. In reële termen (gecorrigeerd voor het prijseffect) kan de blauwe lijn makkelijk stabiel blijven, of zelfs oplopen. Je krijgt dan de absurde situatie dat iets dat qua omzet slechts van marginaal belang is voor de economie als geheel, in reële termen nog steeds van vitaal belang lijkt te zijn. Dat de vier man en een paardenkop die nog in dat deel van de economie werkzaam zijn (de rest is weg geautomatiseerd) volgens de BBP-statistieken nog steeds heel belangrijk zijn. Je ziet het persbericht van het CBS al voor je: “reële groei in het eerste kwartaal 2% negatief, omdat Jaap aan zijn blinde darm geopereerd is.”

Chargeer

Ik chargeer uiteraard, maar toch. Het roept de volgende vraag op: stel dat je pas in 2070 voor het eerst zoiets als het BBP bedenkt. Welk gewicht zou die verwerkende industrie dan krijgen in de nominale economie? 0,5% lijkt me. En nominaal? 0,5% lijkt me: er is geen enkele reden om op dat moment 20% te zeggen, lijkt me: je hebt het historische besef nodig om daar op uit te komen. Als dat klopt betekent het dus dat je start-/ijkpunt nogal bepalend is voor het verdere verloop van je reële groei.

Wet van Moore heeft zijn beste tijd gehad

Ik weet ook wel dat het niet waarschijnlijk is dat de oranje lijn ooit naar die 1% gaat, laat staan daaronder. Zo zijn er meerdere mensen die stellen dat de wet van Moore zijn beste tijd heeft gehad, is het zo dat de (relatieve) vraag naar producten toeneemt naarmate de (relatieve) prijs daalt en zijn chips zeker niet het enige bestanddeel van de productiekosten van computers: de prijs van metalen, behuizing en bedrading speelt uiteraard ook een rol. Het punt dat ik probeer te maken, is dat iedereen ziet dat de extreme situatie onlogische resultaten oplevert. De vraag is alleen of dat ook nu niet al het geval is, maar dat het nog niemand is opgevallen, omdat de wijziging zo geleidelijk heeft plaatsgevonden. En het zal vast zo zijn dat de statistieken met enige regelmaat geherijkt worden om deze vertekening tegen te gaan, maar als ik zo naar die grafiek kijk, heeft dat niet kunnen voorkomen dat de genoemde trend heeft plaatsgevonden.

*De Wet van Moore stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke 2 jaar verdubbelt. De voorspelling werd in 1965 gedaan door Gordon Moore, een van de oprichters van chipfabrikant Intel.