De Italiaanse premier Matteo Renzi zet veel op het spel met zijn referendum over politieke hervormingen, zegt hoofdeconoom Léon Cornelissen.

In het kort

  • Referendum is bedoeld om stabieler en krachtiger bestuur te krijgen
  • Renzi heeft politieke lot aan uitslag verbonden
  • Italiaanse economische groei blijft zwak bij lagere voorspellingen
Een verlies van Renzi tijdens het referendum van 4 december kan het einde van zijn regering betekenen. Als er dan een zogeheten eurosceptische partij aan de macht komt, kan dat een destabiliserend effect hebben op de EU, waarschuwt Cornelissen. Beleggers zijn huiverig voor de zwakke groeivooruitzichten van de op twee na grootste economie van Europa.  

“Waar het in het referendum om gaat, is dat Renzi de macht van de senaat wil beperken en meer macht wil toekennen aan het Lagerhuis”, zegt Cornelissen. “Het is een unieke kans voor Italië op een krachtig en stabiel bestuur, wat niet zo slecht zou zijn als je bedenkt dat het land in de afgelopen 70 jaar maar liefst 63 regeringen heeft gehad.”

Niet bepaald populair
“Het probleem is echter dat Renzi zijn politieke lot aan het referendum heeft verbonden en dat hij niet bepaald populair is. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de door de EU opgelegde bezuinigingen, de vluchtelingencrisis en het Italiaanse bankenprobleem. Men vindt hem niet assertief genoeg. Hij neemt dus een enorme gok”, aldus Cornelissen.

“Het is echter nog niet zeker of Renzi – als hij verliest - werkelijk aftreedt. En mocht dat wel gebeuren, dan nog heeft de Italiaanse president voldoende speelruimte om tijd te winnen tot 2018, wanneer er nieuwe verkiezingen op stapel staan.”

Groei is zwak
Volgens Cornelissen is de economische situatie in Italië voor Renzi een veel groter probleem dan de politieke. De Italiaanse regering heeft de groeiraming voor 2016 verlaagd naar 0,8% en die voor 2017 naar 1,0%. “Dat betekent niet veel goeds. De regering wil graag deze maand een begroting presenteren met wat leuke weggevertjes, maar dat wordt wel behoorlijk lastig bij deze teleurstellende groeivooruitzichten”, zegt Cornelissen. “De uitblijvende groei en lagere ramingen temperen het positieve sentiment in Italië, ook richting de EU.”