Na de verrassende ontknoping van de Amerikaanse verkiezingen, is het zinvol voor beleggers om stil te staan bij de gevolgen van het feit dat grote van delen van de bevolking vervreemd raken van de gevestigde orde in de politiek. In vele Westerse democratieën verliezen middenpartijen aan populariteit. De financiële markten hadden de grote hoeveelheid nee-stemmers bij het Brexit-referendum niet verwacht. En niemand had Donald Trump een reële kans gegeven om presidentskandidaat te worden.

De macro-econoom Marvin Barth van Barclays schreef een rapport over ‘The politics of rage’. Hij beschrijft het fenomeen als een wereldwijde politieke beweging, die al meer dan 10 jaar gaande is. De woede komt voort uit een ongelijke verdeling van inkomen en welvaart en uit een afkeer van globalisering, maar de pijn zit bij gewone burgers nog het meest in het idee dat zij hun belangen onvoldoende vertegenwoordigd zien door de politieke en institutionele elites.

Middeninkomens verliezen
Middeninkomens zijn de grote verliezer van globalisering. Juist in het midden van de maatschappij gingen veel banen verloren en de middeninkomens zijn de afgelopen jaren niet of nauwelijks gegroeid. Voortschrijdende automatisering en technologie maken werknemers in het midden overbodig. Dat speelt op de werkvloer van fabrieken (werkgelegenheid vertrekt naar China) en in de administraties van banken (automatisering maakt werk overbodig). Overheden kunnen hiertegen weinig uitrichten en daarom is het vertrouwen in regeringen tanende. Dit alles komt tot uitdrukking in een krimp van het politieke midden. Barth berekende dat in de ontwikkelde economieën de centrumrechtse en centrumlinkse partijen samen, sinds het begin van de jaren 2000, zo’n 12% van de stemmen verloren. In landen als Oostenrijk en Griekenland bedroeg de daling maar liefst 50% en ook in Nederland werd sinds 2010 een daling van bijna 40% gemeten.

Een nieuwe politieke wil
De nieuwe politieke partijen op de flanken hebben veel ideeën gemeen. Men wil nationale soevereiniteit terughalen van supranationale organisaties (de Europese Unie). Men streeft naar meer directe democratie (referenda) en een grotere stem van de gewone burger. Immigratie moet aan banden worden gelegd, net als de vrije handel van goederen en diensten. Men beoogt herverdeling van inkomen en inkomenssteun voor de lagere inkomens.

Economische en financiële gevolgen
Wat zijn de langetermijngevolgen van minder vrijhandel, minder (vrij) verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid? Een lagere trendmatige groei. In het bijzonder in opkomende markten, voor wie exporten een belangrijke groeimotor zijn. De kans op inflatie neemt toe, de winstgroei van ondernemingen vermindert wanneer protectionisme aan belang wint, want een verschuiving van productie naar lagelonenlanden is minder aantrekkelijk.

Ook de verschillen tussen landen nemen toe naarmate de nieuwe politieke partijen meer in staat zijn om hun beleid succesvol te implementeren. Hetzelfde geldt voor sectoren. In de productie van technologie is schaalgrootte belangrijk. Meer bescherming van de eigen markt leidt tot minder schaalvoordelen. Al met al geen goede onderstroom voor aandelenmarkten. Dus laten we hopen dat de scherpe randen van globalisering, immigratie en inkomensverdeling onder druk van deze politieke beweging verminderen en dat de rede zegeviert.

Deze column is eerder verschenen op Fondsnieuws.nl