Op de Robeco Beleggersdag 2013 met als thema Japan sprak de bekende econoom Richard Koo van Nomura over de nasleep van Kwantitatieve Verruiming. Als de rente door ingrijpen van de centrale bank jarenlang kunstmatig laag gehouden wordt, zal deze zijns inziens bij het loslaten als een gespannen veer terugschieten en gedurende enige tijd hoger liggen dan het natuurlijke evenwichtsniveau.

Dat is theorie. Nu de praktijk.
Financiële markten hebben de neiging een trend tot in het oneindige te extrapoleren en daarmee marktprijzen naar een irreëel en overdreven niveau door te trekken. Dat is ook met de obligatierente gebeurd. Kort na de crisis van 2008 verwachtten de meeste economen dat de rente geleidelijk weer zou gaan stijgen. Dit idee bleef wijdverbreid, maar met de start van kwantitatieve verruiming maakte de rente juist een nieuwe stap omlaag. Toen in 2013 de Fed aankondigde minder staatsobligaties te gaan kopen, kampten markten gedurende enkele maanden met stijgende rentes. Ook toen was de visie dat de rente zijn bodem wel gezien had. Maar al snel bleek dat de inflatie (mede door de dalende olieprijs) laag bleef en kwamen de rentes weer omlaag naar nieuwe dieptepunten, zelfs zonder aankopen door de Fed.

Negatieve rentes
In 2015 werden we in Europa voor het eerst geconfronteerd met het fenomeen negatieve rentes. Het kostte maar een jaar om daaraan te wennen. Ondertussen maakte de Amerikaanse Fed bij gebrek aan inflatie nog steeds geen haast om de korte rente te verhogen en bleef de Amerikaanse lange rente ver onder de 2%. Economen pasten hun scenario’s aan en vonden goede redenen om de rente nog jarenlang op deze lage niveaus te laten blijven. Geld bleef massaal in obligatiefondsen stromen, want zelfs bij een stand van 0% kon nog forse koerswinst geboekt worden als de rente verder zou zakken naar -1% ondanks de verwaarloosbare coupon.

Inflatie gemakshalve dood verklaard
Zelfs na een lange periode waarin centrale banken geld drukten totdat ze erbij neervielen, liep de inflatie niet op, die werd gemakshalve dood verklaard. Het geld verzamelde zich op bankbalansen of werd belegd in vastgoed dat in elk geval een beetje rendement kon bieden. Beleggers waren in slaap gesukkeld!

Totdat op 8 november 2016 ineens het sentiment draaide. De kruik gaat zolang te water tot ie barst. Ik denk dat het van ondergeschikt belang was dat Trump op die dag de Amerikaanse presidentsverkiezingen won. Natuurlijk kunnen economen goede redenen verzinnen waarom het beleid van Trump tot hogere inflatie zal leiden, maar het zijn drogredenen. Het was de dag waarop de wal het schip keerde. De inflatieknop ging van UIT naar AAN in de hoofden van beleggers. En nu moeten we kijken waar dat toe leidt. Door jarenlange te lage rente zijn allerlei posities met geleend geld opgebouwd die nu, als de stijging zich doorzet, successievelijk zullen moeten worden afgewikkeld. Ongetwijfeld voor velen een pijnlijke affaire. Pas als het eb wordt, kun je zien wie er naakt zwemt, is een uitspraak van Warren Buffett. We zullen zien. Wellicht is het maar een rentehobbel. Net als in 1994, toen we ook dachten dat de rentedaling ten einde was en vervolgens nog ruim 20 jaar verderging! Wie er in elk geval met man en macht zullen trachten het schip naar de wal terug te duwen, zijn de overheden en centrale banken. Het overheidsbeleid met grote fiscale tekorten van de afgelopen jaren was alleen maar mogelijk dankzij de lage coupons. Westerse regeringen doen al tien jaar aan naaktzwemmen. Mag het water snel terugkomen?

Arnout van Rijn, Hongkong, november 2016.

Deze column is eerder verschenen op DFT.nl