Is, na decennia van uitzonderlijke groei, de rek uit de wereldhandel? Sinds de financiële crisis van 2008 lijkt het erop dat de piek van de wereldhandel is bereikt.

De groei beperkte zich oorspronkelijk tot het ontwikkelde westen, maar sinds de jaren negentig van de vorige eeuw kwam daar ook de handel met de Aziatische landen bij. Met name China is het centrum geworden van de wereldwijde maakindustrie.

De vraag is: is er structureel iets veranderd waardoor de wereldhandel niet meer verder stijgt? Is het verder uitbesteden naar lagelonenlanden daadwerkelijk gestopt? Vijf ontwikkelingen duiden erop dat de piek in de wereldhandel inderdaad lijkt te zijn bereikt.

Arbeid in lagelonenlanden niet wezenlijk goedkoper
Het was in de jaren negentig veel goedkoper om in China of Thailand te produceren dan in Europa of de VS. Dat is nog steeds het geval, maar het verschil is veel kleiner geworden.

Technologie maakt lokaal produceren goedkoper
Hoewel de arbeidskosten per land enorm verschillen, is de prijs van robots in ieder land min of meer gelijk. Het omarmen van robottechnologie en automatisering is de oplossing voor zowel een krimpende beroepsbevolking als stijgende arbeidskosten. Het maakt qua kosten niet zo heel veel meer uit of een robot een spijkerbroek in Beijing in elkaar naait of in Chicago. Qua transportkosten en levertijden is Chicago zelfs veel aantrekkelijker voor de productie voor de Amerikaanse markt.

Lokale energie maakt lokaal produceren goedkoper
Met de doorbraak van goedkoop schaliegas hebben de Verenigde Staten een duidelijk concurrentievoordeel in handen gekregen. Was het voorheen vanwege de arbeid goedkoper om energie-intensieve productie van bijvoorbeeld plastics naar het Verre Oosten te verplaatsen, nu is het goedkoper om dit weer in Chicago te doen.

Wat schaliegas voor de Verenigde Staten is, kunnen zonne- en windenergie worden voor de rest van de wereld. Zonne- en windenergie zijn net als schaliegas lokale energiebronnen die het lokaal produceren economisch aantrekkelijker kunnen maken. De opslag en vervoer van deze energie is vooralsnog duur en omslachtig, wat de lokale consumptie van deze energie stimuleert.

Het risico van te efficiënt produceren
Na jaren van uitbesteden en globalisering lijkt de wereld te efficiënt geworden. Iets te veel massaproductie op één plek kan namelijk ook tot problemen leiden. Zo was het bijvoorbeeld na de overstroming in Bangkok in 2011 moeilijk om nog aan een harddisk voor een pc te komen en stegen de prijzen ondanks de wereldwijde recessie. Meer dan 75% van deze harddisks werd namelijk in en rond Bangkok gefabriceerd.

Het is daarom ook niet vreemd dat meer en meer bedrijven een stap terugzetten in hun globalisatie. Ergens in Europa maken ze wat ze nodig hebben voor de Europese markt en in Azië wat ze nodig hebben voor de Aziatische markt.

Politieke wind waait naar zelfvoorziening
Al is veel nog onduidelijk wat betreft het beleid van de nieuwe Amerikaanse regering, een ding is wel helder en dat is Trump’s verkiezingsslogan America First. Ook in China is de politieke wind anders gaan waaien en wil president Xi af van het export-gedreven groeimodel in ruil voor een meer service- en op de interne markt georiënteerde groeistrategie.

Als de politiek wil dat er lokaal geproduceerd wordt, de technologie het mogelijk maakt en de bedrijven het doen omdat het simpelweg goedkoper geworden is en het minder bedrijfsrisico met zich meebrengt, dan lijkt het me inderdaad dat globalisatie zijn piek gehad heeft.

Dit is een verkorte versie van een column die eerder is verschenen op IEX.nl